Volledige opvoedingsproject: Pagina 3 of 8


2

 

 

ONZE OPVOEDING STREEFT

NAAR EEN TOTALE PERSOONSVORMING

 

 

 

Jezus was er op uit mensen de volle smaak van het geluk te laten proeven.

Hij leefde voortdurend waarden voor.

Want waarden zag hij als wegwijzers naar geluk.

Waar hij mensen zag die onder de maat van hun mogelijkheden leefden, tilde hij die op.

Hij immers genoot zelf van het volle leven, want hij leefde in constante voeling met zijn Vader.

 

Donche wilde de armen die aan de onderkant van de maatschappij leefden optillen.  Hij begreep meteen dat alfabetisatie daar een eerste hefboom voor is.  Hij leerde de kinderen uit de laagste sociale klasse evenwel meer dan lezen en schrijven: hij streefde ernaar deze meisjes door een beroepsvorming in staat te stellen eerlijk aan de kost te komen.  Hij leerde hen ook ‘goede manieren’ om meer waardevol te leven.  Hij hoopte vooral dat zij God zouden ontdekken in hun leven.

Elk kind heeft talenten van het hoofd,  het hart en de handen.  Die verschillende gaven van de geest en het gemoed bij een kind mogen ontdekken en ontwikkelen is een boeiende opdracht.  We streven dan ook met overtuiging naar zowel een hoog leerpeil als naar een brede vorming in onze scholen.  Door deze ontplooiing immers zetten we het kind op weg naar een gelukkige toekomst en maken we het bekwaam een bijdrage te leveren tot een meer rechtvaardige maatschappij.

De civiele maatschappij heeft haar opvatting over wat een jonge burger moet kennen, kunnen en doen in de huidige samenleving.  Haar verwachtingsprofiel heeft zij uitgeschreven in ontwikkelingsdoelen en eindtermen.  Als dienst aan de gemeenschap willen we hard werken aan dit vormingsproject.  Omdat  het steunt op een veelzijdige opvatting over persoonsvorming.  Het heeft zowel oog voor de ethische, sociale, muzische, lichamelijke als voor de instrumentele en technische vorming van de mens.

We wensen dit vormingsproject echter ook kritisch en creatief aan te vullen vanuit onze dubbele bekommernis: kinderen persoonlijk gelukkig maken én tevens onze maatschappij stoelen op meer gerechtigheid.  We willen onze leerlingen leren leren, we wensen ze ook te leren leven.  Zo willen we ons inspannen om hen attitudes bij te brengen die gewenst zijn op de arbeidsmarkt zoals sociale intelligentie en bereidheid tot inzet.

Evenzeer wensen we ons in te zetten om hen een culturele gevoeligheid bij te brengen die hen helpt  te kiezen voor een zinvoller gebruik van de vrije tijd.

Een groot voorrecht geniet echter de opvoeder die er in slaagt bij kinderen en jongeren de verwondering te wekken om het mysterie dat schuilgaat achter de zichtbare kant van de werkelijkheid.  Wie ooit zelf voorbij de zakelijke kant van de realiteit de overrompelende goedheid die heel het leven draagt heeft mogen ervaren weet waarover het gaat.  De opvoeder die deze rijke ervaring kent wil ongetwijfeld deze beleving doorgeven aan de jeugd.  Hij beseft immers dat deze beleving de ‘kinderen van deze tijd’ het basisvertrouwen in het leven zal schenken waarnaar zij zo intens hunkeren.  Bovendien zullen zij door de verkenning van de archeologie van de werkelijkheid en de ontdekking van het heimnisvolle dat erin verborgen ligt, de volle smaak van het leven en het geluk proeven.