Volledige opvoedingsproject: Pagina 4 of 8


3

 

 

ONZE OPVOEDING

GETUIGT VAN VOORKEURLIEFDE

VOOR DE ZWAKSTEN

 

 

 

Wie de Schrift openslaat leest het bijna op elke bladzijde: Jezus koos voortdurend en onvoorwaardelijk voor de zwaksten.  Hij kwam keer na keer op voor de arme, de weduwe, de wees en de vreemde.  Zieken genas hij.  Blinden gaf hij terug zicht en uitzicht op het leven.  Wie door het leven lam geslagen werd, richtte hij op.  Zelf bracht hij mensen die ‘dood’ waren tot leven.

Het evangelie is beloftevol voor wie kiest voor de arme, de weerloze, de zwakke.  Hij zal niet meteen beloond worden door deze mensen zelf, maar in het goed zijn zal hij al een beetje proeven van wat het evangelie ‘zalig’ noemt.

Donche zag de armen van zijn tijd.

Ook hij koos partij voor hen.

Hij mobiliseerde daarom een groep vrouwen,

om samen met hen door een degelijke opvoeding en onderwijs deze armoede te bekampen.

 

Als wij ons willen invoegen in de spiritualiteit van Donche dan moeten we ons dé evangelische kernvraag durven stellen: wie zijn de zwaksten in onze tijd?  In deze ene vraag schuilen eigenlijk twee vragen: wie zijn vandaag de sociologisch armen in onze school én aan  welke moderne armoede lijden helaas vele kinderen en jongeren die ons worden toevertrouwd?  Bij het overwegen van deze vragen zal het ons wellicht treffen dat ook wij getekend zijn door deze moderne armoede.

Een antwoord geven op de eerste vraag betekent dat we in onze school een  passende aandacht hebben voor kinderen uit de lagere sociale klasse en dat in onze school migrantenkinderen welkom zijn.

De jeugd is nochtans ook vaak slachtoffer van deze postmoderne tijd.  Zij is dikwijls arm aan relatiewarmte, arm aan cultuur, arm aan werkzekerheid, arm aan zinsoriëntatie en aan hoop.  Als we in deze tijd willen trouw zijn aan het stichtingscharisma van Donche zal uit onze concrete praktijk moeten blijken hoe we deze hedendaagse vormen van armoede verhelpen.

Dus is het nodig dat we kinderen en jongeren opvoeden tot relatiebekwaamheid en dat we ze opnieuw gevoeliger maken voor cultuur.  Zo is het ook nodig dat we nieuwe opleidingsvormen zoeken voor de kwetsbare groep van onze BSO-leerlingen.  Anders dreigen ze uitgerangeerd te worden op de arbeidsmarkt.  Vergeten we vooral ook niet dat de jeugd  hunkert naar hoop: daarom getuigt onze opvoeding van een realistisch en manifest geloof in de toekomst.

Een school die partij kiest voor de zwaksten heeft uiteraard ook vooral oog voor de leerzwakke en leervertraagde leerlingen, ze kiest voor differentiatie, ze zoekt naar een uitgewerkte remediëringspraktijk en ze ijvert voor een goed uitgebouwde leerlingenbegeleiding.  Zo een school doet aan zorgverbreding.

De zijde kiezen van de weerlozen, de meest kwetsbaren, vraagt ook om een maatschappelijke optie.  Dus moeten we in onze opvoeding en ons onderwijs durven kiezen voor een maatschappelijke en zelfs politieke vorming van de jeugd.  De jeugd heeft in deze complexe samenleving trouwens nood aan een vorming die aandacht heeft voor democratie, multicultureel samenleven, zorg voor kansarmoede, dichtbij en veraf.

Het evangelie is tegelijk een utopie, een aanklacht en een oproep.  Bijgevolg is het een ongemeen boeiende toetssteen om de jeugd voorbij elke partijpolitieke intentie uit te nodigen om op een kritische en creatieve manier op te komen voor een wereld die meer gericht is op vrede, gerechtigheid en liefde.