Volledige opvoedingsproject: Pagina 5 of 8


4

 

 

ONZE OPVOEDING STEUNT OP EEN

PERSOONS-

BEVORDERENDE

RELATIE

 

 

 

Jezus zag in elke mens een kind van de Vader.  Hij zag elk kind, man of vrouw als een broer of een zus.  Vaak nam hij mensen apart en mensen die apart gezet werden, plaatste hij terug in het midden.  Hij aanvaardde dat een mens zijn weg ging, maar hij ging mee op weg en stelde onderweg soms rake vragen.  Dat deed hij omdat hij er op uit was elke mens die hij ontmoette te bevorderen.  Altijd gaf hij nieuwe kansen.  Hij ging bij wijze van spreken ‘communicatiebevorderend’ rond.

 

Donche eiste van zijn meesteressen ook een bijzondere aanwezigheid.  Hij pleitte vaak voor een alerte en warme nabijheid bij de leerlingen.

Donche verwachtte van een opvoeder dat hij veel bij de kinderen is, niet zomaar fysiek aanwezig maar als iemand die er op uit is hen te ontmoeten.  Iemand die hen laat voelen dat hij graag bij hen is, die zich voor hen oprecht interesseert en om hen bezorgd is.

Naar zijn opvatting moeten we als opvoeders een beetje zijn zoals God is voor de mensen: ‘Ik zal er zijn voor jou’.  Als we als opvoeders onze leerlingen bezien met de ogen van Jezus, dan voelen we ons zeer met hen verbonden, want hij zag elk kind als een unieke eigenheid naar het beeld van de Vader.

Het is goed zoals Jezus deed, soms eens een jongere apart te nemen.  Dan speelt de opvoeder in op de onpeilbare behoefte van: ‘Zeg het ook eens aan mij alleen’.  Vele jongeren die gekwetst of gekneusd zijn, worden immers dikwijls meer geheeld door een lesgever die met zijn hele wezen luistert en helpt dan door een expert die behandelt vanuit zijn deskundigheid.  Toch is het wijs als opvoeder de eigen grenzen te zien en waar nodig als ‘eerstelijner’ door te verwijzen naar gespecialiseerde hulpverleners.

Een opvoeder die aanwezig wil zijn, vermijdt onnodige afstand.  Hij kiest voor een pedagogische relatie die vrij is van overbodige uitdrukking van macht, sterkte, en zeggingskracht.  Daarom spreekt hij een omkeerbare taal: de aangesprokene kan hem naar vorm en inhoud nadoen zonder dat dit tegen hoffelijkheid, tact of achting indruist.

Kiezen voor een warme nabijheid is kiezen voor de pedagogie van de hartelijkheid: de jongeren laten voelen dat je aan hen graag en van harte les geeft en je hart hebt voor wat hen raakt en bezig houdt.  Het moet ons er immers vooral om te doen zijn om bij kinderen en jongeren een gezond en onontbeerlijk gevoel van zelfrespect en zelfwaarde te bevorderen.

Kinderen en jongeren hebben ook nood aan vastberadenheid.  Zij hebben behoefte aan iemand die hen durft confronteren met grenzen.  Zij hebben nood aan een opvoeder die het lef heeft hen op te vorderen om trouw te zijn aan hun eigen diepste verlangens, die hen aanspoort zich te blijven inzetten om de eigen goede doelen te halen, kortom: die hen leert weerstand op te bouwen.

Jonge mensen zijn er erg gevoelig voor dat we hen vertellen dat de deur nooit dicht is, dat langs onze kant de lijn nooit verbroken wordt, dat falen mag, want dat ook wij als opvoeders soms tekort schieten.