Volledige opvoedingsproject: Pagina 6 of 8


5

 

 

ONZE OPVOEDING

HEEFT ZORG

VOOR

EIGENTIJDSE

GELOOFSOPVOEDING

 

 

 

Jezus kon over de Vader niet zwijgen.  Overal waar hij kwam vertelde hij het goede nieuws door.  Hij deed dat meesterlijk: hij sprak in schitterende parabels, schreef geheimzinnig in het zand, beroerde mensen door prachtige bergredes.  Hij sprak in de taal van zijn tijd, maar zei tijdloze dingen.

 

Donche spande zich sterk in om ‘de christelijke lering’ op een eigentijdse wijze te verkondigen.  Zelf was hij een begenadigd predikant.

De hedendaagse jeugd leeft in een klimaat van onverschilligheid tegenover God.  Zijn bestaan wordt niet meer met argumenten bekampt.  God wordt vooral doodgezwegen.Er is weinig om verder op te bouwen, we dienen van de grond af te beginnen.  We zullen zelfs een nieuwe taal en nieuwe rituelen moeten zoeken.  Hopelijk hebben we het vertrouwen van de boer: hij zaaide, ging slapen en geloofde in de oogst, want resultaten zullen we zelf misschien niet meteen zien.

Toch hebben kinderen en jongeren, deze kleine en grote gelukzoekers recht op het vernemen van het evangelie.  Er sluimert in hen onloochenbaar een religieuze honger.

Voor onze geloofsopvoeding vertrekken we bij voorkeur vanuit een pedagogie van het verlangen: immers hun innigste verlangens zijn goede richtingswijzers naar het geluk waartoe God de mens heeft voorbestemd.  Als we aanknopen bij hun ervaring van het goede, helpen we ze een spoor  naar God te ontdekken.  Wellicht zullen we hen op deze zoektocht naar geluk dan wel opnieuw de tweede taal moeten leren: de taal die spreekt over het onuitspreekbare.  Anders riskeren ze de taal te missen om hun diepste belevingen aan elkaar en aan anderen door te vertellen en dat zou jammer zijn want het leven is immers een verhaal, dat op zoek is naar een verteller.

Deze tijd is een gunstige tijd om over God te spreken.  Vele tekenen wijzen er op dat het aanvoelen van de mens keert.Vanuit een ecologische gevoeligheid weet hij: de natuur is meer dan een reservoir aan middelen.Hij voelt zich ook minder machtig en ongenaakbaar.De hedendaagse literatuur verhaalt dat de mens zichzelf als minder autonoom ervaart dan hij dacht en zich meer kwetsbaar voelt dan hij vermoedde en dat hij vaak mislukt in relaties.

We hebben in deze dagen allemaal opnieuw een sterkere behoefte aan heling.  We hebben een scherpe nood aan ‘meer’.

De scholen van Vorselaar  zijn altijd sterk geweest in catechese.  Deze tijd vraagt opnieuw om een eigentijdse geloofsverkondiging voor kinderen en jongeren en om een onderricht dat de jonge mens helpt bij zijn religieuze zelfverheldering.  Jongeren vragen daarbij niet om ‘versteende tafelen’  maar om open verhalen, vrij van valse zekerheden.  Waar het op aan komt is niet zozeer dat de jeugd gelooft in een leer, maar leert in geloof.

De jeugd leeft zoals wij allemaal overigens snel en gehaast.  Daarom is het goed dat we in het drukke schoolleven momenten van rust en inkeer voorzien.  Want  als we de cultuur van de stilte herontdekken, maken we grote kans dat we ook de cultuur van het gebed herontdekken.

Dat alles is van belang maar wellicht komt het er nog het meest op aan door onze levensstijl, door een evangelische schoolcultuur en door een aansprekende pastoraal getuigenis af te leggen van Gods heil voor mensen.